05-03-2013 Een planschadeprocedure starten na een schadevergoeding?
02-01-2013 Planschade bij een verhuurde bedrijfsruimte
04-12-2012 Het normaal maatschappelijk risico binnen het planschade recht

Een planschadeprocedure starten na een schadevergoeding?


05-03-2013

Het is voor u mogelijk om een planschadeprocedure te starten, nadat u een vergoeding heeft gehad van de eigenaar van het windturbinepark. De schade dient in dat geval wel hoger te zijn dan het bedrag dat u heeft ontvangen. Indien u akkoord gaat met een vergoeding dient u dit niet te doen onder vermelding van “totale schadeloosstelling”.


Stel u zich eens voor: u bent eigenaar van een prachtige woonboerderij, gelegen in de altijd zo rustige Noordoostpolder, maar door de bouw van een enorm windturbinepark komt hier binnenkort verandering in. Het windturbinepark zal voor u geluidsoverlast, vermindering van het uitzicht en slagschaduw veroorzaken, waardoor de waarde van uw woonboerderij vermindert. De eigenaar van het windturbinepark biedt u een bedrag aan van € 10.000,- als tegemoetkoming in de door u opgelopen schade. Nadat dit bedrag is gestort verneemt u van uw buren dat zij het bedrag niet hebben aangenomen en een planschadeprocedure starten tegen de gemeente. De taxateur is inmiddels door de buren ingeschakeld en taxeert de schade op € 100.000,-. U vraagt zich ongetwijfeld af wat uw mogelijkheden zijn om een planschadeprocedure te starten.      

 ‘Voldoende anderszins verzekerd’

Op grond van de wet bestaat geen recht op een tegemoetkoming in de planschade als de vergoeding van de schade voldoende anderszins is verzekerd. Planschade wordt geacht anderszins te zijn verzekerd, indien in vergoeding van de planschade al deels of geheel op andere wijzen is voorzien. De schade kan anderszins verzekerd zijn door bijvoorbeeld een vergoeding door een derde of als een andere wettelijke regeling reeds voorziet in de vergoeding van dezelfde schade.[1] Het is geen vereiste dat de schade die ‘voldoende anderszins is verzekerd’ in geld wordt bepaald. Het is mogelijk dat de vergoeding van de schade anderszins is verzekerd in natura of door een grondtransactie, welke expliciet gericht is op compensatie van de schade. Het is hierbij denkbaar dat via een privaatrechtelijke overeenkomst de schade voldoende is verzekerd.[2] 

De vergoeding van planschade moet volgens de jurisprudentie van de Raad van State ook als “al anderszins verzekerd” worden aangemerkt wanneer een projectontwikkelaar zelf een vergoedingsregeling heeft getroffen met de benadeelden.[3] Dit oordeelde de Afdeling onder andere inzake Alphen aan den Rijn.[4] In deze zaak diende een eigenaar van een appartement in Alphen aan den Rijn een verzoek in tot planschadevergoeding. De aanvrager stelde schade te lijden ten gevolge van een tweetal door het college van burgemeester en wethouders genomen besluiten tot het verlenen van vrijstellingen van de voorschriften van het vigerende bestemmingsplan ‘Beerendrecht’. De vrijstelling werd verleend voor de bouw van een restaurant. Aanvrager wijst erop dat het toestaan van de horeca-inrichting en de latere uitbreiding met de feestzaal leiden tot visuele en geluidsoverlast, alsmede extra verkeers- en parkeerdruk van bezoekers ten opzichte van de voorheen geldende bestemming. Aanvrager begroot de door hem geleden schade op 10% van de aankoopsom van zijn appartement, hetgeen neerkomt op een bedrag van fl. 30.000,-. De zaak komt uiteindelijk bij de Afdeling terecht. De Afdeling oordeelt dat vergoeding van de waardevermindering voldoende is verzekerde door de akte van dading die aanvrager met een van de exploitanten van het restaurant heeft gesloten. Dat de waardedaling van het onroerend goed het in dit verband aan aanvrager uit te keren bedrag (fl. 32.500,-) zou overstijgen, komt de Afdeling, mede gelet op het aan de besluitvorming van de raad ten grondslag gelegde advies van de SAOZ, niet aannemelijk voor. De door aanvrager gestelde schade kwam dan ook niet in aanmerking om op de voet van de WRO (oud) te worden vergoed.

De gedachte achter deze bepaling is dat voorkomen moet worden dat iemand ten gevolge van een schadeveroorzakende maatregel uit meerdere bronnen een vergoeding voor dezelfde schade ontvangt en aldus ongerechtvaardigd zou worden verrijkt.

Uit de rechtspraak volgt dat bij de beantwoording van de vraag of de vergoeding van de schade al anderszins is verzekerd rekening moet worden gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden. Zo oordeelde de rechter onder andere in de hiervoor genoemde zaak dat vast dient te staan dat met die regeling de gehele geleden planschade is vergoed.

Maar kijk uit, want de Afdeling oordeelde inzake Enschede dat de schade voldoende anderszins is verzekerd, nadat grondruil met bijbetaling had plaatsgevonden onder vermelding van “totale schadeloosstelling” en “alle vergoedingen en belastingen onder welke titel of hoe ook genaamd begrepen”.[5]

 

Mr. R. van Domselaar (Planschade jurist)

 

[1] I.P.A. van Heijst en IJ.A. Elbers-van der Meer, Planschade en nadeelcompensatie, Amsterdam: Berghauser Pont Publishing 2012, p. 68; ABRS 8 september 2010, LJN: BN6147.

[2] T. ten Have, Vraagbaak Planschade, Alphen aan den Rijn: Kluwer 2008, p. 143 en 144. 

[3] I.P.A. van Heijst en IJ.A. Elbers-van der Meer, Planschade en nadeelcompensatie, Amsterdam: Berghauser Pont Publishing 2012, p. 68.

[4] ABRS 12 januari 1999, LJN: AH6793, BR 1999, 685.

[5] ABRS 19 juli 2007, LJN: AY4221.



Bron: planschadeinstituut.nl