Planschade
Het
planschaderecht is geregeld in de Wet ruimtelijke ordening (artikel 6.1) en in de jurisprudentie.
Planschade is schade die ontstaat na wijziging van de planologische situatie.
Het kan gaan om schade als gevolg van een planologische wijziging in de
omgeving van uw perceel (indirecte planschade) of om schade als gevolg van een
planologische wijziging op uw perceel (directe planschade).
Voorbeelden
van een planologische maatregel zijn:
- een wijziging van het
bestemmingsplan;
- een omgevingsvergunning voor het gebruiken van
gronden of bouwwerken in strijd met o.a. een bestemmingsplan (op grond van
artikel 6.1 lid 2 sub c Wro);
- een buitenplanse ontheffing ‘projectbesluit’ (op
grond van artikel 2.12 lid 1 onder a onder 3 Wabo).
Planschade
heeft diverse oorzaken. Veel voorkomende oorzaken zijn:
- De aanleg of verbreding van
een nabij gelegen weg;
- Plaatsen van windturbines
nabij uw huis;
- Een groen uitzicht dat
verstoord wordt door bebouwing;
- Een weg wordt afgesloten
waardoor uw klanten u slecht kunnen bereiken.
|
Planschadevergoeding
U
komt mogelijk in aanmerking voor een planschadevergoeding in het geval dat:
- u schade heeft geleden in
de vorm van waardedaling van uw woning/vastgoed;
- u schade heeft geleden in
de vorm van inkomensderving;
- deze schade is veroorzaakt
door een planologische maatregel.
Bij
de beoordeling van het toekennen van schadevergoeding wordt de nieuwe
planologische situatie vergeleken met de oude situatie. Volgens heersende
jurisprudentie van de Raad van State is bij de vergelijking in beginsel niet de
toevallige feitelijke situatie ter plaatse van belang, maar uitsluitend hetgeen
in respectievelijk de oude en nieuwe planologische situatie maximaal kon,
onderscheidenlijk kan worden gerealiseerd, ongeacht of verwezenlijking van die
maximale mogelijkheden heeft plaatsgevonden of zal plaatsvinden.
VoorzienbaarheidIndien de schade voorzienbaar was of indien de aanvrager de schade had kunnen voorkomen of beperken dan blijft de schade voor rekening van de aanvrager.
De huidige jurisprudentie brengt mee dat de voorzienbaarheid van een planologische wijziging dient te worden beoordeeld aan de hand van het antwoord op de vraag, of ten tijde van bijvoorbeeld de aankoop van een onroerende zaak voor een redelijk denkend en handelend koper aanleiding bestond om rekening te houden met de kans dat de planologische situatie ter plaatste in ongunstige zin zou veranderen. In dat geval wordt aangenomen dat een koper een dergelijke verandering heeft aanvaard.
Een belangrijk moment is dan ook de datum van de koopovereenkomst en de data van eventuele beleidsvoornemens van de gemeente op dat moment. De huidige tendens in de rechtspraak is dat sneller voorzienbaarheid wordt aangenomen dan voorheen. Dit aspect dient dan ook goed onderzocht te worden.
|
Termijnen Planschadeverzoeken
Een
planschadeverzoek moet binnen 5 jaar zijn ingediend, gerekend vanaf het moment
waarop de schadeveroorzakende planologische maatregel onherroepelijk is
geworden, of binnen 5 jaar na ter inzagelegging van het vastgestelde
bestemmingsplan.
De
afwikkeling van de procedure duurt gemiddeld één tot anderhalf jaar. De
betreffende gemeente heft doorgaans leges voor het in behandeling nemen van een
verzoek om planschade. Deze leges bedragen circa € 300 tot € 500. Dit bedrag
krijgt u terug indien uw planschadeverzoek wordt gehonoreerd. Tegen het besluit
op uw verzoek om planschadevergoeding kunt u bezwaar en (hoger) beroep
aantekenen.
|